maandag 24 september 2007

Kerkenpad

Inmiddels alweer vijf kerken van binnen kunnen bekijken maar we hebben ons (nog) niet aangesloten bij een ervan. De met de buurvrouw bezochte Lutherse kerk was allerhartelijkst. In het onderhuis van een gemeentelid een altaartje en stoelen voor bezoekers, drie misdienaressen in gewaden met kaarsjes erbij, een itsite pietsie te breedsprakige predikant –maar het was dan ook heel warm. Om de hoek de nieuwbouw van een kerk, wat een feest als dat witte paleisje in oktober opengaat en wat een financieel offer voor deze hele kleine kudde! Er was een klassieke liturgie met gezangen. Vroeg 20eeeuwse Johan de Heer- en Opwekkingsliederen en een stokoude organiste die begeleidde op een nog ouder orgeltje.
De EBG in het centrum is het meeste bekoorlijk. Fraai wit gebouw, kanseltje, klassieke EBG-liturgie maar wat meer opwekkingsliederen, de gemeenteleden hartelijk naar elkaar en gasten en bij een tweede bezoek ook nog een knetterharde begeleidingsband. Zangdienst o.l.v. een dame, preek door een wederom iets te breedsprakige dominee. Een eigen jeugdcentrum naast de kerk schept verwachtingen rond kinderactiviteiten maar augustus en september zij helaas nergens zondagscholen onder kerktijd.
Meest markant is de Tabelnacle of Faith, een volle evangeliegemeente in een oude, grote schuur met 1000? swingende bezoekers. Engelstalig gezang, intens en zweterig. Een klassiek deinend gospelchoir, perfecte band, programma, alles klopt hier, maar het is bijna meer Amerikaans dan Surinaams door de omvang en liturgie. Is dit het voorland voor de kerken? Een artikel in de NRC-buitenlandeditie over godsdienstsociologie en culturele antropologie doet het vermoeden. ‘Om de geloofsvervlakking te compenseren is een gelikter liturgie en presentatie nodig, betere muziek, grotere bezoekersgroepen en meer ‘beleving’. Zulke kerken gaan het redden, andere niet’. Brrr.
In Botapasi, het dorpje in het binneland, was ook een EBG, met een rustige, ingetogen dienst maar wel ruimte voor gasten –niet wij- zelf een extra lied in te zetten dat hard en luid werd meegezongen, helaas alles in Sranatongo en dus onverstaanbaar. Mannen zaten links, vrouwen rechts, behave wij bezoekers di dat niet wisten en natuurlijk verkeerd zaten. Wel veel vrouwen om ons heen dachten we nog. De middag na de kerkdienst kwam de predikant nog eens bij ons voorbij, een kleine man, dit keer met een heeeeel groot geweer, klaar om te gaan jagen en schieten (en eten) wat hij maar kon raken. Ja ook bosvarkens, ja papegaaien. ‘Alles’.
Meest historisch en vertrouwd was het bezoek de oude hervormde kerk in het centrum, met zichtbaar aanwezig de kleine elite van de stad. Een prachtgebouw, een puik orgel, niet te lange dienst, korte kernachtige preek waarover je nog eens kan natafelen kortom ; geweldig. Wel wat meer bakra’s en relatief veel Surinamer met ernstige brillen (die zijn hier schaars, de brillen dan). Verder een klassieke Hollandse liturgie en een hele prima vrouwelijke predikant. (Kijk, leggen we de kinderen uit, thuis is de predikant een witte man in een zwart pak, hier een zwarte vrouw in een wit gewaad).
Hoogtepunt was de slotzang, gekozen door de jarige. De zestiger werd toegezongen met een Johan de Heerlied, zijn moeder wiegde naast hem mee en zog hem mede toe, hij straalde. Ja deze jarige Dennis straalde zo royaal en van oor tot oor als alleen een zestigjarige kan stralen ten overstaan van een zingende kerk. Ik wil hier ook nog eens jarig worden.
Ton

Geen opmerkingen: