dinsdag 2 oktober 2007

Visserslatijn

Al voor het ontbijt waren Timon en Tobias op onze laatste dag uit het hotel vertrokken. Samen zaten ze op de keien, aan de oever van de Rio Grande speurend naar hun aas. Voordat het zover was hadden ze wel wat hindernissen moeten overwinnen. Het een dag oude bakje visaas bleek namelijk vergeven van de rode mieren. De dag ervoor had onze gids Josefat in plaats van rijstballetjes als aas te gebruiken een grote partij keiharde noten gekraakt met telkens erin verborgen een kleine rups, die krioelde als een made, uitstekend visaas. Het overgebleven aas was nu echter door de mieren spicy hot geworden en alleen met twee takjes -die hij gebruikte als Chinese eetstokjes- kon Timon de wurmen bevrijden en vervolgens aan de haak doen, een hele opluchting voor hen ?! na hun nacht tussen de rode mieren.
In Botapasi hadden we de dag ervoor vier vishaakjes gekocht en visdraad, samen 3 SRD, geen euro. Ook had Josefat vier bamboestengels gesneden in het bos, waarvan je trouwens ook mooie fluitje kon maken. Met de maden aan de haakjes aan de draadjes aan de bamboestok bleek het direct na terugkomst al goed vissen bij de sula voor het hotel. Timon had binnen de minuut beet, maar toen ik de videocamera had gehaald en terugkeerde stroomden de tranen over zijn wangen. De vis (visje) was, wachtend op de camera, van de haak gegaan en tussen de rotsen verdwenen. ‘En ik wil niet dat hij dood gaat, het is alleen voor de sport ‘! Een waar sporthart.
Gelukkig kon Timon na ampel beraad op zijn buik liggend de vis nog net bij de staart (staartje) pakken en juichend weer in het water terugzetten. Vis twee werd door de toegesnelde gids Josefat onthaakt, vis drie tot zeven door Timon zelf. Tobias, die eerst eens stok ving, haalde er ook nog twee op, Liedeke in korte tijd vijf. Vooral het gejuich was mooi toen Tobias, ruim na de oudste twee zijn eerste vis ving. Broers en zussen die als een team opereren, elkaar supporten is voor de ouders erg mooi om te zien (onderling gebakkelei is er tenslotte ook weleens).
Suriname is een genadig land voor beginnende vissers. Die als blijk van dank aan de vissen dan ook alle vangsel teruggooien, ook deze tweede visdag, dit tot stomme verbijstering van alle Surinamers in on gezelschap overigens. Eten in het water gooien, doodzonde!
Ton
NB Voor een recent boek achter de Surinaamse (binnenlandse)schermen, ‘Groeten aan de koningin’ van Karin Anema die journalistiek veel oppervlakkige waarnemingen over het binnenland doorprikt. Ontnuchterend maar vaak erg raak. Anderxzijds heeft het boek veel kwaad bleod gezet omdat de schrijver op basis van beperkte eigen waarnemingen verstrekkende en soms rinduit beledigende uitspraken doet over mensen en dorpen in Suriname.

Geen opmerkingen: