donderdag 29 november 2007

column in binnnelands bestuur

Particulier plezier
In de theorie over de financiering van lagere overheden wordt wel gezegd dat als de gemeente haar lasten te zeer opschroeft, burgers zullen verhuizen. Vice versa zou een bijvoorbeeld te genereus voorzieningenniveau worden afgestraft door een toeloop van behoeftigen. Maar wat te doen als de overheid faalt in het borgen van een toereikend voorzieningenniveau en er geen verhuisoptie is?
Verwend als we soms zijn geworden in Nederland, valt een falende overheid past echt op wanneer je op reis bent naar landen met een ander stelsel, een andere welstandsniveau, andere overheidsprestaties. Burgers en bedrijven blijken dan creatief te zoeken naar oplossingen om het leven draaglijk te houden. Dat is lastig voor een deel van de bevolking maar overkomelijk voor anderen.
Een paar voorbeelden. Uit ontevredenheid met het in de ogen van ouders ontoereikend onderwijsniveau worden particuliere of zelfs privé-scholen gesticht en betaald, hetzelfde geldt voor ziekenhuizen. Omdat de misdaadbestrijding tekort schiet worden om huizen heen hekken geplaatst, tralies aan de ramen bevestigd, honden op het erf losgelaten en neemt het aantal particuliere bewakers in wachthuisjes alom toe. De gebrekkige nutsvoorzieningen van water en stroom worden gecompenseerd met eigen regenwateropvang, hydrofoor, waterzuivering, stroomgenerators of gasflessen. De beroerde conditie van de wegen wordt omzeild met een terreinauto. De gebrekkige vuilophaal wordt gecompenseerd door wekelijks een hoopje afval te verbranden, hoewel dit de lucht vervuilt en kleinere en grotere bermbrandjes veroorzaakt . Ontbrekend groenonderhoud vergt inhuur van een tuinman om een ongedierteplaag te voorkomen.
Nu is een falende overheid niet alleen een probleem. Omdat de belastingdienst nauwelijks functioneert is de belastingdruk laag, omdat er nauwelijks verkeerscontrole bestaat kun je nog eens een borrel drinken, zegt men wel. En omdat de pensioenen niet welvaartsvast zijn en uitkeringen nauwelijks bestaan is er een groot aanbod aan goedkope krachten voor allerhande karweitjes. Huishoudelijke hulp en kinderoppas is hierdoor niet alleen voor de meest welgestelden weggelegd. Ook persoonlijke dienstverlening, bijvoorbeeld kappersbezoek of taxiritjes kosten maar een habbekrats door het grote aanbod, meestal bijverdienende loontrekkers.
Toch wringt het. Want de meeste ‘oplossingen’ voor het staatsfalen zijn alleen binnen bereik van de middenklasse en welgestelden, die een terreinauto, hydrofoor en particuliere school kunnen bekostigen, die door het falende belasting en sociale zekerheidsstelsel zich een huishoudster en tuinman en nachtwaker kunnen veroorloven. Voor eenvoudige loontrekkers, ambtenaren, tuinmannen, huishoudsters en taxichauffeurs zijn veel oplossingen buiten bereik.
En wat vooral ook spijtig is: met al die particuliere middelen die worden vrijgemaakt om het leven draaglijk te maken zou bij een goed werkend belastingstelsel en dito overheidsbeleid iedereen kunnen profiteren. Want alle particulieren uitgaven samen aan duurdere auto’s, betere scholen, hydroforen en generators zijn waarschijnlijk ruim voldoende om voor iedereen toereikende basisvoorzieningen te organiseren. Deugdelijke wegen, goed werkende scholen en toereikende politiezorg. Zo bezien is het dus niet de ambtenarij die faalt maar de politiek die zo’n voorzieningenniveau niet tot stand weet te brengen. Ook zorgelijk is dat veel voorbeelden gaandeweg ook in Nederland herkenbaar worden.

column in binnenlands bestuur

De droom van Bill Gates
Maken activiteiten van rijke weldoeners als Bill Gates sommige overheidsuitgaven gaandeweg overbodig? Kan Nederland straks dankzij Gates haar OS-budget gaan inkrimpen en aan Defensie besteden? Defensie is tegenwoordig immers de voortzetting van ontwikkelingssamenwerking ‘met andere middelen’.
De Gates Foundation legt wereldwijd inderdaad een steeds groter gewicht in de schaal in de hulpverlening. En het succes is opmerkelijk, bijvoorbeeld bij malariabestrijding, betaald door Gates’ Global Development Fund. Daarmee betreedt hij terreinen die eerst alleen door overheden werden begaan.
De ‘droom van Gates’ is malaria niet alleen te verminderen, maar om de malariaparasiet, die zich in muggen nestelt, geheel uit te roeien. Zelf kon ik in een groot evaluatieproject van de Gates Foundation in het Zuidamerikaans regenwoud met eigen ogen zien wat de gevolgen zijn van het project. Entomologen vangen en onderzoeken systematisch muggen, epidemiologen registreren ziektemeldingen en testen zonodig alle bewoners van getroffen dorpen op malaria om ze vroegtijdig te behandelen. En tienduizenden speciaal ontworpen en geïmpregneerde klamboes zijn verspreid onder de bewoners van het tropisch regenwoud.
En het werkt! De klamboes werken preventief, snelle medicatie van toch door malaria getroffen dorpelingen en bespuiting rond getroffen dorpen of in dorpen waar veel muggen de malariaparasiet dragen, voorkomt verspreiding van de ziekte. De cijfers zijn spectaculair. Ziekmeldingen en de vaak hoge babysterfte is sterk teruggedrongen, bezoekers kunnen malariapillen thuislaten. Maar houdt dit succes stand?
Om malaria wereldwijd uit te roeien, is behalve een technologische doorbraak (men mikt op genverandering bij muggen) naar schatting 25 jaar lang 9 miljard dollar per jaar nodig, aldus ‘The Economist’. Dat overstijgt de drie miljard die overheden en weldoeners nu jaarlijks tezamen besteden.
Ook niet onbelangrijk is het gedrag van bewoners van malariagebieden zelf. Blijven ze klamboes gebruiken en zich bij koorts snel laten testen op malaria? In ons onderzoeksgebied werden vorige jaren tienduizenden klamboes verspreid. Nu na een jaar echter bleken velen desgevraagd de klamboe niet meer te gebruiken. Per ongeluk gescheurd. Te vaak gewassen dus niet meer effectief geïmpregneerd. Te warm om onder te slapen. Of men had er eenvoudig geen, door afwezigheid vorig jaar of door de geboorte van kinderen sindsdien. Per saldo wordt een grote groep derhalve niet volledig beschermd. Of benut de klamboe op een andere wijze, bijvoorbeeld als visnet in de rivier, hetgeen overigens prima werkt. ‘Waarom zou ik de klamboe gebruiken als de ziekte er bijna niet meer is’, vroeg men begrijpelijkerwijs.
Ook zonder uitroeiing van malaria zoals Gates voor ogen staat, blijft daarom nog lange tijd overheidsgeld nodig, voor aanhoudende bestrijding, medicatie, regelmatige distributie van nieuwe klamboes, impregneren, voorlichten en bewustzijnsverhoging. Gevreesd mag anders worden dat als de ook door Gates gefinancierde genetische technologie om muggen resistent te maken tegen de malariaparasiet niet slaagt, of hij zijn interesse verliest, alle winst snel weer verdampt.
Daarom blijft ook een rol voor Nederland en andere overheden bestaan, om door te gaan als financiers als Gates zich weer terugtrekken. En tot dan blijft het spel om de centen tussen ontwikkelingssamenwerking en defensie een onbeslist gevecht.

woensdag 28 november 2007

350 km heen en terug - Ton

Heel zware reis gemaakt met ambassadecrew in zeven terreinauto's. Twee auto's raakten gaandeweg defect, twee anderen gedeukt, alles toch naar huisgesleept, tien of meer keren auto's uit de modder, gaten, geulen, fijnzand gesleept en een keer zelfs door houten brug gezakt. maar een machtige tocht, schitterende waterval blanche marie bezocht, lege dorp apura, nooit bereden spoor in westsuriname bekeken en gejaagd op boskip en konijn. twee keer 18 uren rijden, hobbelen, duikelen, vies, 44 muggenbeten en bezweet en doodmoe thuis. maar voldaan.

Timon - juichen

In het vliegtuig al hijs ik de vlag. Als ik aankom ga ik gelijk juichen. Thuis ga ik eerst alle kamers door, misschien wel huilend. En dan warme kleren aan en voetballen op het pleintje.

Tobias - voetbal

Eerste voetbaltraining gehad, nieuwe nepadidassen gekocht, onder surinaams toezicht een uur lang drijven, dribbelen en partijtje. mocht het in Nederland ook maar; voetbaltrainen voor vijfjarigen.

Jenske - vliegen

Met de peuterspeelzaal maakt Jenske mooie excursies. Picknicken, zwemmen, eetfeestje vieren en deze week zelfs naar het vliegveld nabij, in een echt vliegtuig kijken. wat een fijne tijd heeft ze hier. Elke dag is het er goed.

Liedeke - dus toch

Wat we eigenlijk wel wisten maar nooit hard kregen blijkt nu ononstotelijk het geval: op scholen worden kinderen geslagen. Uit krantenberichten en verhalen van stagiares wisten we en en ander.
Eerder deze week, onder het oog van Liedeke beende de juf op een jongen af die een som verkeerd voorlas, meer niet. Met de zijkant van haar ijzeren lineaal sloeg ze meerdere keren op hem in.
Het resultaat? Zichtbare bloeduitstortingen. Liedeke was verbijsterd en schreef het voorval in haar agenda. Volgens eigen zeggen in de hoop dat de juffrouw dat zou zien en beseffen dat het zichtbaar werd wat ze deed en zou stoppen.
Vorige week tijdens de dag van het kind was nog zo goed over kindermishandeling gesproken. Maar wat moet een kind van elf doen? Opstaan?
Wat moeten wij doen? Kinderen van school halen?

donderdag 22 november 2007

Werk werk

Bijna klaar zijn we, nu de Surinaamse minister toch over zijn hart strijkt en meewerkt en het gevraagde plan door ton en collega's kan worden afgemaakt.
Ook Lydia heeft grote vorderingen gemaakt en alles klaar om de technische recherche te reorganiseren, zelfs de personeelsgesprekken (goed nieuws, slechts nieuws) heeft ze al gevoerd. Volgende week gaat ze nog een keer wat cellen van de binnenkant bekijken.

Regentijd

Langzaam verander het seizoen in regentijd. Om de dag een hele harde regenbui sinds twee weken. Daarvoor en erna is het gewoon dertig graden, tijdens de bui even koeler. Laten we zeggen : een hete herfst. Helaas wordt het de komende twee maanden gaandeweg natter, dat wil zeggen vaker zo’n regenbui, een enkele keer zelfs een bewolkte dag. Maar altijd rond de dertig graden, weer of geen weer.

Brownsberg en andere reizen

Vrijdag reisden we naar Brownsberg, een kleine drie uur rijden langs de rivier en over de bauxietweg samen met overbuurvrouw en oppasser Mariella alsook Harm, een collega van Ton die Suriname komt ontdekken. Op de Brownsberg exploiteert Stinasu enkele huizen en ook een restaurantje maakt het leven er aangenaam. Ter plekke zijn er drie bijzondere dingen, de aanwezigheid van enig wildlife, de zonsopgang die vanaf de berg prachtig waar te nemen is (de zon komt op over het grote Afobakka stuwmeer) en de wandelingen naar de watervallen -met gratis douche.
Stuiteren met de auto over de oranjebruine bauxiet en hobbelen op een echte berg met onverharde paden bleek natuurlijk feest, de zonsopgang was wel een beetje vroegig maar niet te versmaden, douchen onder de waterval gaf de dikste pret.
Vanavond gaat Ton met Robbie in een konvooij van 9 auto’s van vooral ambassadeleden vijf dagen diep lang heel de bossen in, ruim 350 km onverharde weg (enkeltje) naar de wonderschone Blanche Marie watervallen of nog verder de Mozeskreek. Zeker de start met een nachtrit van donderdag op vrijdag vergroot de kans op junglepret.
Het weekeinde daarna gaat Lydia met Timon naar Palumeu, diep in de bossen met het Mets-reisgezelschap, de inheemsen/indianen bezoeken en hele stevige sula’s zien te overwinnen. Tussen Sinterklaas (dat de kinderen vieren op school met echte schoensmeerzwarte pieten!) en ons vertrek de 15e december hopen we nog als compleet gezin een paar dagen in het binnenland te verblijven. Best druk in Suriname.

dinsdag 13 november 2007

Laatste maand

Nog even en we stappen in het vliegtuig. Nog wel even hard werken. Lydia rondt haar werk bij de TOHD af, Ton is nog volop aan de slag en gaat in januari een weekje terug. Liedeke en Timon bikkelen hard op school, veel repetities met bladzijden vol rijtjes te leren. Zesenveertig spreekwoorden, de 10 districten met hoofdplaatsen, de zeven rivieren, de 25 kreken. Verder oefenen voor de opening van het jeugdtheater. En we willen nog heel wat reizen. Met zijn allen een weekeinde naar de Brownsberg wandelen bij watervallen, Lydia en Timon vliegen nog naar Palumeu, waar indianen bivakkeren en als slot na Sinterklaas met zijn allen varen naar Donderskamp om enige tijd mee te leven in een inheems dorp. Best druk allemaal, net Nederland.

Arme Surinamers?

Zijn er arme mensen in Suriname? Lastige vraag. Ja natuurlijk maar het antwoord is subtiel anders dan gewoon te zeggen. Het zijn er zo- en zoveel. Rijken zijn hier zeker. Met opzichtige huizen, ook al vinden wij Nederlanders met minikavels hier een huis al snel groot. Ons eigen gehuurde huis meet wel ca 500m2 bij 500m3. Maar er zijn ook percelen van 5000m2 en huizen van 1500m3. met eigen zwembad, bij de rivier (dus : speedboot) en vooral met uiteenlopende luxe auto’s, zelf limousines.
De meeste Surinamers hebben een bescheiden huisje, van ik denk 300m2 bij 300m3. niet groot maar wel vrij. Maar ook is er een grote groep die het veel minder heeft met heel sobere kleine huizen. En helaas ook een grote groep in en rond de stad die leeft in houten huizen met golfplaten daken, geen verharde vloer en hangmatten om te slapen, ouders en kinderen in een vertrek. Gas aan huis is er niet in Suriname nergens, stroom is er lang niet altijd, water ook niet of schaars, regenwater in een ton biedt soulaas. Hard werken dus voor veel mensen hier om rond te komen. Twee banen in een gezin, soms 2 of zelfs drie banen voor een vader of moeder is niet ongewoon! En er zijn heel erg veel alleenstaande moeders! Een alleenstaande moeder die overdag op kantoor werkt, ‘daarna een of twee baantjes bijvoorbeeld als schoonmaker of in de horeca, het komt daarom herhaaldelijk voor. Oma of zus zorgt voor de kinderen, of ze zorgen voor zichzelf. Of een man of vrouw die overdag ambtenaar is, daarna taxi rijden of nachtportier, heel gewoon voor heel veel mensen. Kortom, ja er is armoede maar vooral het heel hard moeten werken hier is erg opmerkelijk, vergeleken met Nederland waar werkweken gewoon 40 uur of minder tellen en baantjes stapelen meer uitzondering is dan regel. En tot slot : ook al hebben mensen hier meerdere baantjes, een vetpot is het bijna nooit. Vakanties zitten er vrijwel nooit in, zelfs uitstapjes zijn een bijzonderheid. Zomervakantie betekent voor de kinderen dus gewoon 7 weken thuis zitten met hooguit een enkele logeerpartij.

Zus en zo

Twee weken verbleef (schoon)zus Patricia bij ons, de laatste week ook de bevriende journalist Hans die hier research kwam doen voor een mooi Surinaams verhaal. Het had levendige dagen en avonden tot gevolg, vol gesprek en debat over wat Suriname zo mooi en anders maakt. Patricia reisde met Lydia per bus en boot via oeverplaats Atjoni naar Botopasi en vier dgagen later retour Paramaribo per vliegtuigje. En deze week bezocht ze met Hans en Lydia de Brownsberg, een berg drie uur rijden over de bauxiet met eromheen prachtige te voet bereikbare watervallen en met een magnifiek uitzicht over het Brokopondomeer (waar ’s morgens tussen zes en half zeven de zon onweerstaanbaar fraai uit het meer opkomt). Zonsopgang, boskonijnen, boskippen, slangetjes, liaanslingeren, watervaldouches en meer maakten het tot een genoeglijk bezoek. Dit ondanks kakkerlaken en sprinkhanen in de slaapkamer maar goed, daartegenover stond het ontbreken van steekvliegen.

Zwaar weer

We lezen op Internet over dijkbewaking in Nederland. Ook hier is dijkbewaking, te Boxel om precies te zijn waar aan de rivier een nieuw eigentijds gerechtsgebouw is verrezen voor het proces tegen de Boutersegroep, het proces dat nu echt bijna gaat beginnen. Hier is het nog steeds erg rustig in Suriname maar dat kan veranderen.

Drama

De theaterschool doet de oudsten goed. Onder leiding van dans, zang en dramajuffen oefenen de kinderen wekelijks drie lessen van vijftig minuten per ‘vak’. Van Liedeke wisten we al dat ze er plezier in had maar ook Timon is helemaal los. Thuis oefent hij ‘rechte rug’ en ademhaling en dansbewegingen. De Surinaamse organisator vertrouwde me toe dat hij de ‘troetel’ is van de dansjuf. Liedeke geniet van de pittige lessen van Helen Kamperveen, good old theatermaakster die haar rijke ervaring hier overdraagt aan de nieuwe generaties. Tobias heeft het helaas nog steeds het minst. In de klas moet hij regelmatig met alle anderen ‘overliggen’, handen over elkaar op tafel, hoofd er plat op en voor onbepaalde tijd zwijgen. Wreed voor al die kleutertjes.

vrijdag 9 november 2007

Doorwerken

De opdracht die ik uitvoer gaat door, ook al wil een minister –en dus zijn ambtenaren- nog niet meewerken. Gaandeweg worden echter wel veel zaken duidelijk. Bijvoorbeeld dat je met extra donorgeld best iets kan betekenen voor Suriname, maar dat de kans dat er iets achter- of overblijft van het werk na beëindiging van een project niet honderd procent is. Vaak minder. Moet je dan nog steeds adviseren geld te doneren?
Bijvoorbeeld. Allerlei zaken kun je ambtelijk veranderen of zelfs verbeteren maar af is het pas als politici bereid zijn andere mores te accepteren bijvoorbeeld rond de besteding van geld. En politici heb je niet aan een touwtje. Moet je dan een project toch doorzetten?
Bijvoorbeeld een bepaalde taak verloopt niet naar behoren. Moet je dan adviseren extra mensen aan te nemen om dat werk te doen? Of moet je adviseren dat de vele interne mensen die nu tijd en ruimte hebben ander werk kunnen gaan doen en snel worden bijgeschoold, ook al duurt dat veel langer en is de kans op goed resultaat niet zeker?
Het zijn de afwegingen waar de adviseur voor staat en dat is dus erg leuk werk. Lydia in de politiewereld waar ze de Surinaamse politieleiding bijstaat (die wel heel erg goed meewerkt aan haar project bij het herontwerp van de technische recherche) en Ton bij de financiële overheidssector.

dinsdag 6 november 2007

Eco-rally?

Vrijdagavond is de strip afgezet. Op het Onafhankelijkheidsplein vertrekt ’s avonds de grote jaarlijkse Staatsolie Savanne rally met stoere four-wheeldrives en of-the-road motoren die 4 dagen door het binnenland gaan rijden. Om de minuut rijt een equipe het schavot op en af, klaar voor het avontuur. Suriname is zo groot en zo leeg dat ecotourisme en dieseltoerisme makkelijk naast elkaar kunnen bestaan.

(g)een nieuwe fiets

Tobias viert zondag zijn vijfde verjaardag. Hij is er wat onrustig van. Nergens in huis heeft hij nog kadootjes kunnen vinden! Als traktatie voor school staat wel een grote zelfgemaakte grabbelton gereed met kleine ‘made in China’ kadootjes, de juffen krijgen een glaasje soft. Zal hij het begrijpen als hij morgen ‘slechts’ een fietsbel krijgt?

Bigoen de piloot

Het was een bijzondere dag voor Bigoen. ’s Ochtend vroeg was hij al voor zeven uur de rivier overgezwommen om een vergeten Tshirt op te halen dat hij mee wilde nemen later die dag naar de stad. Hij verliet het huisje waar hij in zijn hangmat had liggen woelen naast zijn broers, zusjes en halfbroers en -zusjes. Nog een laatste ochtend naar school, ’s middags zou hij voor het eerst gaan vliegen!

Piloot worden is de grote droom van Bigoen maar in een vliegtuig is hij nog nooit geweest. Onderweg als het kleine Blue Wing vliegtuig luchthaven Zanderije passeert hoort hij van toestellen waar wel 400 of meer mensen in kunnen, zoveel als er mensen in zijn dorp wonen! Zo anders dan de kleine vliegtuigen die de airstrip van Botopassi aandoen en waar maar twee, vier of zoals vandaag bijna 20 mensen in zitten.

’s Middags in Paramaribo is Bigoen er een beetje stil van, pakt zijn tekenschrift en tekent een prachtvliegtuig.

Na twee nachtjes logeren, waarin we alle noodzakelijke inkopen doen is Bigoen zondag na een inkoopdag en na zondags kerkbezoek (in zijn mooie nieuwe kleding) en een laatste zwemuurtje (dat zal er even niet meer van komen) naar het internaat naast de school in Commewijne gebracht. Hij werd steeds stiller de laatste uren maar moet nu echt gaan proberen klas 5-6 van de lagere school te voltooien. Hij zal -als alles goed gaat - ruim 16 zijn als hij die school afrondt. De weg naar het piloot worden is nog een lange.


vrijdag 2 november 2007

On hold gezet

Via via, zo gaat dat, ben ik gevraagd voor en begonnen aan een opdracht voor een ministerie, parttime wel te verstaan, er moest tijd blijven voor familie en andere zaken ook. ‘Maak een gedegen en concreet sectorplan dat uiteindelijk donor Nederland mede kan behagen’ is de opdracht.

Met een gedreven uit de lage landen overgekomen collega en een ervaren lokale consultant zijn we inmiddels stevig aan de slag, verzamelen informatie, interviewen mensen, produceren discussiepapers en bereiden workshops voor.

De opdracht is op het snijvlak van mijn oude financiële werk en mijn nieuwe, strategie en met gebruikmaking van mijn academische ervaring en tussendoor geleerde auditkennis. Helemaal in de roos dus en ik vind het ook erg leuk.

Tot vanmorgen dan, nu de allesbepalende minister zijn hoogste ambtenaar en ondergeschikten verboden heeft nog mee te werken het project door hem ‘on hold’ is gezet.

Alsof je bij een bushalte staat te wachten waar nooit eer een bus voorbij komt zeg maar. Spannend hoe het verder gaat...


Niet zwembad

Ons favoriete zwembad Oase is dicht, al een maand. In augustus en september, toen iedereen op vakantie was, was het er heerlijk rustig zwemmen. Toen iedereen 1 oktober terugkwam van verlof ging het dicht…. Dat is Suriname.
Drie weken schilderen en een week laten vollopen met vers water uit de kraan was het plan. De opening is nu met drie weken verschoven. Reden? De onderwaterlampen zijn er nog niet en komen van ver. Kijk, dat is ook Suriname
Maar we klagen niet. No span, niet druk maken. Worden we Surinamers?

dinsdag 30 oktober 2007

Retour Botopasi

Dinsdagochtend is Lydia vertrokken met Patricia en een van de Zeeuwse stagiares, Judith. Eerst per taxi naar de Saramaccastraat, dan per busje vijf uur rijden over de bauxietwegen (of in een vrachtwagen met in het laadruim gezaagde ramen) naar Atjoni aan de Surinamerivier. Daar een schipper vinden om mee te varen in een korjaal naar Botopasi. Behalve ‘genieten’ van rivier, jungle en sula’s hebben de drie dames nog een reisdoel. Ze gaan Bigoen ophalen, een jongen van 14 uit Botopasi die naar een internaat komt vlakbij de stad in in Commewijne. Scholen zijn in het binnenland erg zwak, Bigoens familie (geen vader, overbelaste moeder) ook. De enige, laatste kans voor hem om de lagere school af te maken is naar de stad te komen. Maar wie kan hem opvangen? Een eerdere poging als kostganger bij een tante mislukte. Daarom zullen wij de komende jaren zijn internaat en school bekostigen, Lydia heeft alle voorbereidingen getroffen, de toestemming van de moeder, het (prima ogende en door een Nederlandse stichting ondersteunde) internaat bezocht, de nabijgelegen school, de ontheffing aangevraagd bij de schoolinspectie (Bigoen is ruim 14 dus eigenlijk te oud voor de vijfde klas lagere school ….).

Vrijdag moeten ze met zijn vieren per vliegtuigje terugkeren naar Paramaribo, zaterdag gaan we alle kleding en internaat- en schoolbenodigdheden met Bigoen kopen (zijn gehele bezit is nu één tas met spulletjes), zondag gaan we Bigoen naar het internaat brengen.

Toen we eerder in Botopasi verbleven leerden we Bigoen kennen, een hele gewone speelse jongen van 14 die zijn oom, onze bootsman, hielp met varen. Hij speelde met veel plezier met de kinderen, trok ze door de moeilijke stukjes stroming in de rivier en vertelde over het leven in marrondorp Botopasi en zijn grote wens, de lagere school afmaken. We raakten onder de indruk van zijn verhaal. Want er zijn duizenden Bigoens, kinderen die willen ontsnappen aan hun bescheiden milieu maar de middelen niet hebben en geen steun van derden krijgen. We kunnen ze niet allemaal helpen maar Bigoen krijgt een kans.

Een gewone dag

Als om zeven uur de wekker gaat (op de mobiele telefoon) staan we in het daglicht op, dat is het al eerder maar pas om zeven uur ontwaken we. Buiten op het terras is het dan nog niet warm maar al wel aangenaam ontbijtweer. Twee groene bloesjes van Timon en Liedeke, schuiven dan aan, Tobias in de kleuterklas en Jenske hoeven nog geen schoolkleding aan. Voor ieder staat na het ontbijt een tas met een halve liter limo en een broodje klaar. Even na half acht verschijnt de overbuurvrouw al op het erf, die meerijdt naar school waar ze kleuterjuf is. Ze zit kort voor haar pensioen en lift dagelijks mee, soms brengt ze Surinaamse lekkernijen als dank.

Kinderen afzetten op school is altijd tricky, op de drukke tweebaansweg zonder trottoir wandelen tientallen kinderen in groene bloesjes, heel enkele fietsen zelfs maar nog veel meer ouders in auto’s zetten de kinderen af op school, doe langs de drukke tweebaansweg ligt. Op google-earth leek de afstand vanaf huis te lopen, hier zien we dat dit door het verkeersgevaar onmogelijk is.

Na het afzetten kopen we een krant bij de chinees, het is dan al warm en de auto met airco brengt verkoeling. Met Jenske rijden we richting stad. Aan de voet van vliegveld Zorg en Hoop zetten we Jenske af bij de peuterspeelzaal waar ze 5 ochtenden met veel plezier doorbrengt. Daarna rijden we stad in en zetten Ton af op de drukke maar deftige Heerenstraat, waar hij met twee collega’s zijn werk uitvoert op de hoogste verdieping van een hoog, wit historisch gebouw. Dichtbij zitten internetshops en broodjeswinkels dus het ontbreekt er aan weinig.

Doorgaans rijdt Lydia door naar het hoofdbureau van politie en zoekt een plekje om te werken bij de technische recherche. Om kwart voor twaalf haalt ze Jenske op, om twaalf uur Tobia en buurvrouw, om een uur de kinderen. Soms heeft ze afspraken en is Ton vroeg thuis en neemt Lydia later een taxi terug.. Na de lunch slaapt Jenske wat. Tobias speelt en Timon en Liedeke maken Surinaams of Nederlands huiswerk. Als Ton tussen drie en vier thuiskomt wordt de zwemtas ingepakt en gaan we lekker spartelen. Op maandag of woensdag moet Timon resp. Liedeke wel nog naar de stad om van vier tot half zeven theaterschool te bezoeken, op dinsdag en donderdag gaat Timon voetbaltrainen bij club Oase.

Op weg naar huis na het zwemmen halen we roti, bami of een rijstgerechtje bij een van de vele restaurant s of koken iets simpels als macaroni, als Rita, onze dienst 9zoals dat hier heet) niet al een heerlijk Surinaams gerecht heeft klaargemaakt op een van de twee dagen per week dat ze ons bijstaat.

Na zevenen gaan de kleinen slapen, tussen acht en negen de groten na het afronden van het huiswerk, het overhoren van aardijkskunde of andere vakken of soms het bekijken van een dvd. Lydia en Ton lezen nog een boek, schommelend in het hangmatje. Nog even genieten voor we weer afreizen



woensdag 24 oktober 2007

Stoelie eo

Een tweede reis met het malariateam bracht me naar de Surinaams-Fransguyanese grens. Vanuit Stoelmanseiland – Stoelie, iets ten oosten van Drietabbetje en ten zuiden van Langetabbetje (het bestaat echt!) trok ik met drie andere projectvrijwilligers en zo’n 12 lokaal geworven interviewers in een grote korjaal vijf dagen de rivieren af langs gehuchten en dorpen. Suriname blijkt het internationaal gezien heel erg goed te den met malariabestrijding, de ziekmeldingen blijven sterk dalen sinds 2005 het project begon. Sommigen spreken zelfs van de kans op uitroeiing van de malariadragende muskiet, maar vanuit mijn waarneming is dat een illusie.
De vorig jaar uitgedeelde ca 50.000 klamboes zijn niet nu al niet meer optimaal in gebruik. Een deel van de bewoners heeft er geen gekregen, bijvoorbeeld omdat men destijds in Guyana werkte – heel gebruikelijk- of een tijdje bij kinderen of voor het ziekenhuis of een hossel in Paramaribo of elders verbleef. Anderen die er wel een kregen zijn nu in de stad maar delen de klamboe niet. Er zijn inmiddels heel wat klamboes gescheurd, misschien wel omdat ermee is gevist of gewoon door een ongelukje. Veel anderen zijn zo vaak gewassen (bijna geheel onnodig L) dat de gifstof is uitgewerkt, reden waarom wij ter plekke steeds aanboden opnieuw te impregneren met meegebrachte dresi. Velen deden dit gelukkig. Weer veel anderen gebruiken de klamboe niet omdat dit ’s nachts ‘te warm’ is. En dat is eigenlijk wel zo in een hutje zo groot als onze fietsenschuur waar doorgaans zonder ventilatie 2-6 mensen slapen. En tot slot, veel nieuwgeboren kinderen liggen onder de hangmat tot ze niet meer gezoogd worden en daarna is er geen voor hen net beschikbaar. Maar het vaakst blijken mensen geen klamboe te gebruiken ‘omdat er geen malaria meer is, toch ‘?
Actieve distributie en vervanging van klamboes en herimpregneren en voorlichten en muskieten vangen en zonodig hele dorpen bloed prikken en van medicijnen voorzien en met insectide spuiten –de huidige goed werkende strategie- blijft dus nog lang nodig. Maar wie betaalt die ca 1-2 miljoen euro per jaar de komende jaren nu het zo goed gaat?? Toch nog goed nieuws. Dankzij de malariadragende muskiet had ik weer ene hele mooie tijd met prachtige ontmoetingen in de dorpen, vaartochten en zwempartijen tussendoor. Dus ieder nadeel …

Binnenlanders

Mooie mensen tegengekomen. Bijvoorbeeld Edward, die de toren (een houten keetje) van vliegveld Stoelmanseiland (een voetbalveld zonder doelen en lijnen) bestiert. Bij het vertrek vraagt hij me: wil je een woordenboek Nederlands-engels voor me sturen? Best handig als je de radio beheert en piloten veel engels spreken, dacht ik ook. Goed idee dus.
Of Mich, bootsman op onze korjaal. Heb je kinderen?. Ja, zegt ie, elf en begint te grijnzen. In Paramaribo, daarom ben ik hier sinds twee jaar. Te veel aan me hoofd. Tja, dan is Stoelie eo wel even lekker bijkomen. Maar zijn vrouwen in de stad kunnen helaas niet vluchten en worden financieel niet door hem gesteund. En over een jaar of wat zal er Stoelie ook wel weer te veel papa worden geroepen en rijst gekocht moeten worden. waarheen dan?
Of Roy. Beetje holle ogen maar wel aardige jongen tijdens de boottrips. Als ik ’s avonds bij de bierkeet op Stoelie een Parbo koop en hem een glaasje aanbiedt aanvaardt hij dat dankbaar. Hij neemt direct een slok, maar begint dan te trillen en stuitert vervolgens achterover van de boomstam waarop we zaten, waarna hij trillend blijft liggen. Iedereen snelt toe. Epilepsie weet de toegesnelde zuster van de medische post, kan niet tegen alchohol. Tja.
En Vanilla. Slimme meid, drie turven hoog. Slim want is met 24 pas voor de eerste keer zwanger geraakt in Paramaribo waar ze inmiddels de 3e van de mulo volgt, tien jaar ouder dan veel klasgenoten. Om te bevallen is ze terug op Stoelie, na de geboorte zorgt moeder voor de baby en gaat ze terug naar de stad om school af te maken.
Zuster Eu, tot slot. Zelf ruim vijftig, zeven kinderen, twee op de universiteit, vier op andere scholen, een zit in de goudzoekersvelden (doorgaans geen goed teken). Betaalt ook de dagzorg voor haar moeder in hun dorp van herkomst, Botopasi, waar een dorpsvrouw de 84 jaar oude moeder verpleegt, wast en voedt. Kan niet goed rondkomen zegt ze, daarom gaat ze 6 dagen met het project mee om zo in haar vakantiedagen wat bij te hosselen, bijverdienen om de zware financiële last te dragen. Of ik ook pindanoten van haar wil kopen misschien, die verbouwt ze in haar tuin bij de verpleegsterswoning.