woensdag 24 oktober 2007

Oops

Vroeger lachten we erom, verhalen over bijna afgestudeerden die hun tasje kwijtraakten met de unieke floppydisc waarop hun hele eindwerkstuk stond. Dat moet een heel bijzonder gevoel geven, dacht ik wel eens. Dat is in deze internettijden met electronische data-uitwisseling natuurlijk geen punt meer, dacht ik. Tot het me vandaag (bijna) zelf gebeurde. Omdat mijn universiteitskamer wordt verhuisd (de kamer waarin pc en internet werkte is leeg, de nieuwe kamer ook J), werk ik ambulant. Meestal op het koele kantoor bij onderzoekspartner Winston, maar een uurtje per dag breng ik door in een van de Internet Walkins. En dan moet je data verplaatsen in zo’n handig stickie. En dan moet je dat stickie achter in de PC-kast stoppen. En er weer uit halen. En als je dat vergeet, dan geeft dat nog steeds niet. Tot je het ontdekt en dan heeeel hard gaat hollen, terug naar de walkin waar je met een heel rood hoofd en een hele natte rug op je knieën gaat zitten achter pc36. en stralend weer omhoog komt met je stickie. Dat gevoel.

Kip (het meest ...)

Javaanse moslims eten geen varkensvlees, Hindoestanen zijn of geheel vegetarisch of eten geen heilig rundvlees. Dus bijna iedereen hier eet ’s avonds kip. Creolen bijvoorbeeld bruine bonen met rijst – en kipkluifjes- of pom – natuurlijk met kip. Hindoestanen eten graag roti met naar keuze kipkluifjes of filet (ook kip). Javanen heerlijke saotosoep - met kip, bami- met kip-, nasi –met kip-, gewoon rijst-kip of kipsate. Andere vlees is schaarser, doksen (eenden) zijn hier en daar te krijgen, soms rundvlees (als saté) of zoutvlees (lekker met zuurkool en rijst, zegt men) bij broodjeswinkels steak (rundvleesstukjes op brood). Vis wordt zout gegeten, of vers gekocht aan de weg langs de rivier, de AntonDragterweg. Maar de visafdeling op de markt ruimt na twaalven weer zo vissig dat je even niet meer hoeft. Dus u kunt voor zoiets simpels als karbonade met patat rijden we graag af en toe naar ’t Vat, het Hollandse terras in de stad, even geen kip eten.

Sgool

Hoewel de tienerspelling anders doet vermoeden, gaat het de kinderen inmiddels goed op school. Liedeke schrok even van een eerste lager cijfer maar scoort inmiddels weer bij de besten van de klas, al moet ze er wel hard aan trekken voor een Surinaamse tien. Bijvoorbeeld voor aardrijkskunde rijtjes leren met de 8 pleinen, 9 standbeelden, 7 belangrijkste hoofdstraten, stadsgrenzen, middelen van bestaan, import en export van Paramaribo en Suriname. Jammer is wel dat ze nu bijvoorbeeld alle standbeelden kan opdreunen maar geen idee heeft wie het allemaal zijn. Pengel, Lachmon, Aron, Gandhi enzomeer.
Timon scoort ook als vanouds hoog. Hij maakt minder makkelijk nieuwe vrienden maar gaat graag naar school, die voor hem ietsje makkelijker lijkt. Zijn energie kan hij goed kwijt op voetbaltraining bij Oase, twee keer bijna twee uur en theaterschool (net als Liedeke), bijna drie uur lang
Tobias floreert eigenlijk het minst op school waar het voor hem erg klassikaal en nauwelijks simulerend is. Helaas, hadden we de Goudse juf Marieke maar hier, wat een zegen voor Suriname zou het zijn. Thuis heeft hij met werkboeken wel leren lezen en van Lydia ’s middags leren zwemmen. Dus ook hij vermaakt zich prima, een dvd-tje af en toe van oma is het toetje op de dag.
Jenske gaat 5 ‘s ochtends blij naar de crèche, de kangooroo-communityschool. Ze zal het straks weer missen als een ochtend en een middag per week naar de Goudse crèche mag. Best weinig zal ze denken.

maandag 15 oktober 2007

Vrijdagavond

De kinderen zijn lekker uitgeraasd in het speeldoolhof van de Pizzahut en hebben en passant een paar stukken Super Supreme doorgeslikt, maar dat leek bijzaak. Onderweg halen we in de mall het bestelde hoofdrekenboek op, onmisbaar volgens Liedekes juf om goed te leren rekenen. Tobias leggen we bij het gesprekje in bed uit dat hij morgen mag –nee : moet- uitslapen dat wil zeggen in bed blijven tot wij hem ophalen. Hij kijkt er bedremmeld bij. Jenskse ligt nog te zingen nog in bed. Vader Jacob. Vader Jacob.

Buiten op het terras spijkert Liedeke Timon bij. Ze vindt dat hij breuken en procenten moet leren en legt hem dit uit met het voobeeld van taarten en stukjes ervan. Timon lijkt een vlotte en dankbare leerling. Marco Borsato klinkt lekker Hollands uit de nieuwe boxjes, de thee is klaar.

Vrijdagavond in Paramaribo, morgen zijn we 18 jaar getrouwd en gaan we er op uit, nu nog een verrassing voor Lydia, zie www.deplantagecommewijne.com. De kinderen per twee naar logeeradressen, de jongens naar een geweldig stel van de ambassade die een superveilig huis met hek en voltijdse bewaker en hond bewonen (en onze stripboeken- en literatuurdealer zijn geworden), de meisjes naar autoverkoopster Ghita met bij het huis hengelmogelijkheid en huisaap. Iedereen blij.

PS Inmiddels zijn we terug; de Plantage bracht wat de website beloofde, zon, zwembad, hutje en heel lekker eten en verder helemaal niets, precies wat we even nodig hadden. Timon mist nu al de hond waarmee hij tot onze verrassing wild ravotte (Tobias mist um minder), Liedeke heeft van oudere-meisjeskleding gekregen en Jenske is snoezig ingevlochten. Inderdaad: Iedereen blij.

Uit eten

Nog steeds zijn we verheugd over de prijzen in restaurants. Natuurlijk, deze vaak javaanse warungs zijn doorgaans eenvoudig te noemen maar bami, nasi, sate, loempia, bakababa, pitjel (gemengde groenten met pindasaus) of saotosoep (rijk gevulde kippensoep met desgewenst een gekookt ei en rijst erin) en meer gerechtjes zijn ook eenvoudig bereid een prima diner. Een portie bami kost 8-10, inclusief groenten en de standaard kipkluifjes, een bakabana doorgaans 1, sate en loempia 1-2 en saotosoep 5-6 SRD. Dus zo eet de hele familie weer voor 50 SRD, ofwel 13 euro haar diner. En als we veel zin hebben nemen we van alles extra, bijna altijd te veel en kost het wat meer. Restkluifjes schenken we de straathonden onderweg naar huis.

En word je niet ziek door te eten bij zo’n tentje? Neen, nog nooit gebeurd, thuis dit alles bereiden is vast gevaarlijker. En duurt langer en kost meer. En is niet eens zo lekker. Dus echt vaak koken we niet nee. Maar neen, afvaller doen we hier ook niet J

Crazy frogs

Gaandeweg wennen wij aan Suriname, en Suriname aan ons, zo ook de kikkers. In het begin verschuilden ze zich beneden, in donkere, vochtige hoekjes en in douche en toilet (omder de bril). Daarna werdn ze vrijer en kropen ze gaandeweg door de watertoevoer omhoog het huis in. Ze slaagden er zelfs in zich door het gootsteentje in de aanrechtspoelbak te wurmen. Waarna wij ze weer enkele reis terugstuurden door het zelfde putje. WC-randkikkers werden meegespoeld, hetgeen overigens best lastig was. Meestal ontsnapten ze net voor de waterspoeling of voordat er chloor doorheenging. Soms vingen we ze eerst (de keukenkikkers dan) en leerden ze vliegen. Dat kunnen ze inmiddels want ze komen steeds weer terug.

Laatst trok ik mijn schoen aan en voelde een zacht en vochtig lichaampje bij mijn teen. Ons kikker. Niet zo spectaculair als de paardenkop in de Godfather maar toch… Toen ik diezelfde avond in de hangmat neerzeeg hetzelfde zachte gevoel op mijn onderrug. Een vers geplette kikker.

De enkele die we eerder in de badkamer hadden gezien –kan geen kwaad- en zelfs in de hoek van de slaapkamer –moet kunnen, we hebben een klamboe- was vannacht tussen matras en klamboe doorgewurmd en meldde zich met twee sprongetjes op mijn hoofd en kussen. Plop-plop. Snel licht aan, crazy frog gevangen en leren vliegen. Een uur later zat ie er weer, maar vangen hoefde niet want hij zat aan de buitenkant van de klamboe en keek ons heel lief aan. Hij had ons vast gemist, de schat.


vrijdag 12 oktober 2007

Kindernieuws van Timon

De eerste keer op voetbal was leuk. Het was wel een beetje vermoeiend door de warmte en het was wel twee uur trainen, vanaf half vijf tot half zeven, dan wordt het donker. De training is bij oase en ik train mee met de U9, de jongste voetballers onder de negen jaar.
Op school zoek ik Tobias in de pauzes even op (want er is geen buitenspeeltijd maar twee pauzes, de 1e van 20 en de 2e van 10 minuten) omdat Tobias dat heel leuk vindt en hij soms een beetje verdrietig is op school.
Volgende week heb ik wel drie repetities, van rekenen, lezen en natuur. De school is soms wel makkelijk en soms een klein beetje moeilijk, zoals redactiesommen, een verhaaltje met een som erin. Ik ben al gewend aan het schooluniform en het is al ook wel grappig, ieder heeft dezelfde kleren, een spijkerbroek en een groenblauwwit bloesje.
Echt vrienden heb ik nog niet op school maar ik word ook niet gepest maar ze zeggen wel af en toe bakra maar daar ben ik wel aan gewend.

Kindernieuws van Tobias

Omdat ik nu vandaag niet meer heb gehuild op school en ik het zo goed doe mag ik vandaag naar de Pizzahut!

Nieuws van Liedeke

Deze week heb ik mijn eerste twee repetities gedaan. Rekenen was niet heel moeilijk maar ik had niet alles af. In wat ik af had, had ik een paar kleine foutjes maar doordat ik 2 blokken nog niet had gedaan heb ik nu maar een zes. Spreekwoorden ging beter, ik had een negenenhalf, net als 2 vriendinnen en een andere vriendin had een achtenhalf. De juf heeft echter het schoolhoofd erbij gehaald en die heeft een hele preek gegeven aan wie een onvoldoende had, dat mocht voor spreekwoorden namelijk echt niet. Toen moesten de vijf met een onvoldoende voor haar alle 38 spreekwoorden plus verklaring twee keer overschrijven en voor de juf zelf nog eens drie keer. Veel!!!!
Volgende week drie repetities en ook de start van theaterschool woensdagmiddag..

Daily life

De familie (moeder en zus) zijn weer naar Nederland. Het is een aangename en ook leerzame tijd geweest de afgelopen 17 dagen. Vooraf zag ik wel wat op tegen het bezoek. Hoe zou dat verlopen met verschillende generaties onder een dak zo op elkaars lip ruim twee weken?
Op stap en moeder en zus heb ik toch wel weer veel bijgeleerd. Hier in Suriname is er veel respect voor ouderen, veel meer dan in Nederland. Dat heeft me wel aan het denken gezet: hoe ga ik eigenlijk om met mijn moeder, hoe is dat zo ontstaan en welk voorbeeld geef ik hiermee door? Gedragsverandering is moeilijk en begin bij mij altijd met zelfreflectie maar de eerste stappen hierin zijn gezet. Daardoor kan ik met voldoening terugkijken.
In de gastcolumn is veel te lezen over de diverse activiteiten die we hebben ondernomen dus daarover wijd ik nu niet verder uit.
Inmiddels ben ik binnen de politie een project gestart voor de forensische opsporing. Samen met de commisaris van politie die verantwoordelijk is voor deze unit stel ik een meerjarenbeleid op en een planning. In de loop van de jaren zijn er diverse adviezen hierover gegeven, maar deze zijn niet altijd concreet genoeg geweest en in een samenhangend lange termijn visie geplaatst. We maken dit plan samen met andere betrokkenen. Ik merk dat dit echt bij me past en ik hier veel voldoening uit haal (langzaam leer ik mezelf zo ook weer een beetje beter kennen). Ik voel me in dit traject dan ook als een vis in het water. Het is ook heel leuk om zo een kijkje in de keuken te mogen nemen en allerlei mensen te ontmoeten en spreken. Ik hoop dat er is uit komt wat nu echt wel resultaat zal opleveren, want daar gaat het tenslotte om.
Lydia

woensdag 10 oktober 2007

Krantje?

Nieuws is in Suriname niet eenvoudig te missen. TV hebben we niet maar er zijn meer dan vijf Surinaamse zenders, die overigens niet alleen top-programma’s doorgeven (wel veel voetbal en dagelijks zelfs journaal en NOVA).
Er zijn ook meer dan vijf radioprogramma’s die vaak luidt uit auto’s knetteren, of te horen zijn in in winkelcentra. Of de bewaker bij het zwembad luistert via de radio naar lange redevoeringen in het parlement, zoals kapper Herman naar dezelfde debatten op de TV luistert.
Maar vooral het aantal kranten is opmerkelijk voor dit land, nu ja, voor deze stad, erbuiten worden volgens mij nauwelijks kranten gedistribueerd. ’s Ochtends de Surinaamse Times, de Ware Tijd en Dagblad Suriname.’s Middags de West en er zouden plannen zijn voor nog een vierde, De Waarheid.
Aan huis wordt nauwelijks bezorgd, je koopt de krant in de winkel of bij de venters langs de weg bij stoplichten. En ze zijn altijd rond het middaguur uitverkocht, ongelooflijk. Ze kosten een SRD, een eurokwartje. En vallen helemaal niet tegen, zeker de beide eerste zijn breed en goed leesbaar. De Times is wat mooier opgemaakt, groter formaat, met kleurenfoto’s, de is Tijd wat serieuzer, saaier ook wel, meer regeringsvolgend.
De Times maar vaak ook de anderen hebben bijna dagelijks een door lezers gemaakte foto van een autocrash op de voorpagina. Of een net gevonden stoffelijk overschot in het bos, of een opgedregde brugspringer of zelfs een keer een verbrande bejaarde. Daarom kopen we de krant pas na het ontbijt.
Sport hebben ze ook, een bladzijde vol Europese voetbalfeiten (Robben speelt morgen, Seedorf vindt dat Kaka uitblinkt en meer non-nieuws), verder een bladzijde Bollywood en een bladzijde Paris of Britney. Gelukkig echter ook 2 bladzijden Nederlands nieuws, twee bladzijden Engelstalig nieuws en een kinderpagina.
Maar de mooiste is de autopagina. De nieuwe snufjes van Mercedes, Alpha, en freakstories over designercars. Of soms een krantenbladzijde vol nieuwe telefoongadgets, allemaal zaken die hier in Suriname nooit gekocht zullen gaan worden, op een heel enkele grootverdiener na dan. Maar zo droomt iedereen van andere tijden, betere auto’s, slimmere gadgets voor je mobieltje. Voorlopig biedt de enige aanbieder, Telesur niet eens de optie aan om voicemail te gebruiken op de cellphones.

maandag 8 oktober 2007

De vakantie is voorbij

Geen verrassing de eerdere berichten nalezend dat we soms email krijgen dat ‘het wel een lange vakantie lijkt voor jullie’. Nu ja, dat was ook wel een beetje de bedoeling natuurlijk, anders waren we thuis gebleven. Maar nee, echt vakantie is het niet. Deels omdat we hier in een heel gewoon huis in een gewoon ritme zitten met poetsen en wassen en boodschappen doen. Deels omdat we proberen mensen en het land wat beter te leren kennen dan doorgaans in een vakantie lukt. Dat gaat deels wel, deels lastig doordat we geen werkrelaties hadden of behoren tot een vast sociale of kerkelijke kring. En voor zover het lukte is de match met Nederlanders wel eens makkelijker dan met Surinamers –uitzonderingen daar gelaten- , hoe geweldig ook de contacten met diverse mensen.
Inmiddels zitten we nog sterker in een ritme. Vijf dagen gaan de oudste kinderen naar school, zo’n vier ochtenden werkt Ton op een mooi klein koel kamertje de universiteit en soms ’s middags nog wat met wat stadscontacten. Jenske gaat vier ochtenden naar de peuterspeelzaal, Lydia ongeveer twee keer naar de politie.
Liedeke gedijt –wat we al verwachten- goed in de klas, moet wel hard werken (vooral veel), ook huiswerk, maar mag zondag al naar haar eerste verjaardagfeestje. Gelukkig aardt ook Timon goed. Werkjes heeft hij vaak al snel af, dan mag je immers lezen! Binnen een week heeft hij zijn hele schoolleesboek in alle tussendoor-kwartiertjes uit. Zo kennen we hem weer, ons leesbeest. De kinderen hebben een tas vol ‘wat oudere’ schoolboeken, die ondanks ons kaften sober te noemen. Eigenlijk lijken ze veel op de schoolboeken van ons, best oud dus maar wij hebben het er ook mee geleerd en een bijkomend voordeel is dat we hen goed kunnen helpen, dus wie maalt erom? Pleit men in Nederland in onderwijskring niet voor de herinvoering van ‘het ouderwets onderwijs’, met hard blokken en stampen enzo? Kom dan gewoon naar Suriname!
Tobias heeft het nog wel zwaar, zit in een mudvolle klas vol zwetende en soms schreeuwende kleuters. Hij is er vaak moe van maar knapt helemaal op als we later op de dag even gaan zwemmen. Hij gaat daarbij gestaag vooruit en zwemt zonder hulpmiddelen het bad over, zij het meer op zijn wil dan om techniek. Maar dat komt ook nog wel.
Jenske floreert, op haar eerste peuterspeelzaalochtenden. Ze gaat graag en komt ook juichend eruit.Ze slaapt wel bijna elke dag, het is ook voor haar erg vermoeiend in de warmte (plus 35). Ton gaat met een Nederlandse relatie en een Surinaamse consultant werken aan een vijfjarenplan voor het ministerie van Financiën, zijn oude liefde. Lezen, schrijven, gesprekken en workshops, allemaal leuk voor hem. Lydia heeft een goede klik met de vrouwelijke politiecommissaris en maakt met haar een strategienota over forensische zaken.
Maar goed, de wekker gaat sinds 1 oktober weer om zeven uur (we zijn doorgaans toch al eerder wakker dus een echt probleem is het niet), kwart voor acht allemaal de deur uit (met allemaal een tasje met brood en water), maar wel dagelijks samen lunchen en na de ergste hitte en het voltooide huiswerk of werkverslagje elke dag samen zwemmen. Dus helemaal vakante is het niet maar klagen, neen bepaald niet, het is goed hier, ook nu we alweer over de helft zijn.

Water in je orenland

Suriname zonder water zou onleefbaar zijn. Vandaar de ligging van Paramaribo aan de Surinamerivier, de electrische stroom opgewekt door het Brokopondostuwmeer, idyllische marrondorpen aan de grote rivieren en –zij het steeds minder in deze droge tijd- heerlijke tropische buien in de middag.
Kraanwater is goed drinkbaar maar tussen 13-18 uur en na 22 uur is het er even niet in het bovenhuis. Toch valt dat nog mee, anderen hebben alleen water van 22 tot 7 uur en sparen dus in potjes op, als ze geen waterton en hydrofoor hebben. Weer anderen hebben zo weinig druk dat de kraan altijd open staat en de weinige druppels die eruit komen in een ton worden opgevangen en vermengd met regenwater om zo altijd wat voorraad te hebben. Geklaag is er ook, nog wel van zwembadbezitters; een schoongemaakt zwembad is namelijk pas na een week vullen weer bruikbaar. Water is hier een levend thema.
Zaterdag was voor ons wel weer zo’n waterfeestdag. Met twee veerpontboten (houten bootjes met een houten kap voor 10-20 personen) trokken we met 18 vrienden en vrienden van vrienden en bekenden uit naar strandje Braamspunt.
Bepakt met koelboxen vol ijs en met taartjes en hartige broodjes is het goed toeven op het water waar een klein briesje verkoeling geeft terwijl de zon je ongenadig raakt, als je niet onder het houten kapje zit tenminste. Hoogtepunt was deze tweede vaartocht nu eens niet de dolfijnen in de Surinamerivier, die hadden we eerder al gezien (maar ze blijven iedereen tot aahs en oohs verlokken als ze saltootjes voor de boot springen) maar het zwemmen met de dolfijnen, vlak bij de monding van de rivier in de oceaan.
Ieder behalve Jenske (er zijn grenzen) sprong uit de boot in zee en hoopte op een aai van een dolfijn (wat natuurlijk niet gebeurde, bovendien kan een beet ook!). Even schrikken toe ook de kapitein meezwom, maar die had onderweg eerst moed ingedronken (voor de liefhebbers :Johnny Walker Black label). Maar goed allen hesen allen weer aan boord en vermaakten zich even later op strandje Braamspunt. Het in de golven springen door de kinderen eindigde wel een beetje abrupt toen een iets hogere dan gemiddelde golf Timon volkomen overspoelde en meenam. Van top tot teen zat hij onder het zand en schelpengruis en nog tot vanochtend kwam er zeezand uit zijn oren. Even schrikken voor hem, hij hield zich wel goed, maar voor de toeschouwers schijnt het spectaculaire beelden op te leveren als zo’n mannetje door een golf wordt verzwolgen.

Timons nieuws

De eerste week op school was even, wennen maar daarna ging het wel goed.
Het is niet al te makkelijk, maar toch ook niet te moeilijk. Ik mis Nederland wel
En mijn vrienden in Nederland, maar hier is het ook leuk. Toen we in zee aan het spelen waren, kwam er een heel hoge golf en daar kon ik niet overheen springen en werd ik meegenomen. Dat voelde wel krachtig van water. Het was wel een beetje spannend maar ik vond het ook wel stoer om zo’n ervaring te hebben en toen mijn zwemTshirt lag te drogen op een boomtak zijn we het vergeten mee te nemen dus ; beter opletten voortaan (of een keer terug en het ophalen hahaha).

Nieuws van Tobias

Ik ga nu naar school. Het is er leuk. We tekenen en spelen en knutselen er. Het duurt wel langer (van 8-12) dan thuis en de school heeft geen ramen maar ijzerdraad. Er zijn meer juffen, niet een maar twee. Ik heb al twee vrienden gemaakt maar weet nog niet hoe ze heten. Ik ben de enige witte van de klas. Ik neem een tas mee naar school met brood en flesje stroop, dat is siroop maar hier zeggen ze stroop.
Ik ben ook met de boot geweest. We hebben gezwommen met dolfijnen in de Surinamerivier en dat was heel leuk. Ik heb ook gekeken bij tafelvoetbal bij de grote jongens maar ik kon niet meedoen maar ik mocht wel de punten doen en het was te moeilijk zeiden ze maar het was helemaal niet moeilijk en ik kon het eigenlijk wel want ik kan het best wel goed.
Ik heb mijn eerste werkboek van letters uit die ik van papa heb gekregen. Ik kan nu al veel woorden lezen; bal en pop en papa en ton en nog meer.
Soms zijn er veel kuilen in de weg en gaan de auto’s kapot en de weg gaat kapot van zware auto’s. Soms is het zo warm dat het een beetje te warm is en dan maak ik het een beetje koud met een ijsblokje.
Van Nederland mis ik mijn vriendjes Pieter en Daan en Douwe en Marouan en Redouan. Nu komt er weer een regenbui dus ik ga naar buiten om te kijken.

dinsdag 2 oktober 2007

Tobias jungleavonturen

Ik ben met het vliegtuig naar de jungle geweest. We vlogen in een klein vliegtuig met twee mensen naast elkaar.
Met een boom gemaakt van boomstammen zijn we naar een dorpje gevaren. Daar maakten ze olie van nootjes, eerst open hakken, toen bakken en daarna koken. Ze bakten de nootjes op een grote plaat en roerden met een hark. Ze branden hout voor het vuur onder de bakplaat.
We zijn naar de sula geweest daar was stroming en daar kon je lekker zwemmen met de stroom mee. Ertegenin was wel te moeilijk.
We zijn ook gaan wandelen in de jungle maar daar kwamen allerlei steekvliegen die prikten zelf door onze sokken heen en dat komt omdat er hele kleine gaatjes in je sok zitten.
Ik heb lekker bij de rivier gevist en vier vissen gevangen en Timon ging ze van het haakje afhalen maar ik gooide ze terug.
Ik heb met Bigoen gespeeld die daar woont en bij de boot helpt. Ik heb hem tikkertje maar dat noemen ze hier pakkertje.
Toen we thuis waren gingen we eten bij Resa en de frietjes daar waren heel lekker.

Visserslatijn

Al voor het ontbijt waren Timon en Tobias op onze laatste dag uit het hotel vertrokken. Samen zaten ze op de keien, aan de oever van de Rio Grande speurend naar hun aas. Voordat het zover was hadden ze wel wat hindernissen moeten overwinnen. Het een dag oude bakje visaas bleek namelijk vergeven van de rode mieren. De dag ervoor had onze gids Josefat in plaats van rijstballetjes als aas te gebruiken een grote partij keiharde noten gekraakt met telkens erin verborgen een kleine rups, die krioelde als een made, uitstekend visaas. Het overgebleven aas was nu echter door de mieren spicy hot geworden en alleen met twee takjes -die hij gebruikte als Chinese eetstokjes- kon Timon de wurmen bevrijden en vervolgens aan de haak doen, een hele opluchting voor hen ?! na hun nacht tussen de rode mieren.
In Botapasi hadden we de dag ervoor vier vishaakjes gekocht en visdraad, samen 3 SRD, geen euro. Ook had Josefat vier bamboestengels gesneden in het bos, waarvan je trouwens ook mooie fluitje kon maken. Met de maden aan de haakjes aan de draadjes aan de bamboestok bleek het direct na terugkomst al goed vissen bij de sula voor het hotel. Timon had binnen de minuut beet, maar toen ik de videocamera had gehaald en terugkeerde stroomden de tranen over zijn wangen. De vis (visje) was, wachtend op de camera, van de haak gegaan en tussen de rotsen verdwenen. ‘En ik wil niet dat hij dood gaat, het is alleen voor de sport ‘! Een waar sporthart.
Gelukkig kon Timon na ampel beraad op zijn buik liggend de vis nog net bij de staart (staartje) pakken en juichend weer in het water terugzetten. Vis twee werd door de toegesnelde gids Josefat onthaakt, vis drie tot zeven door Timon zelf. Tobias, die eerst eens stok ving, haalde er ook nog twee op, Liedeke in korte tijd vijf. Vooral het gejuich was mooi toen Tobias, ruim na de oudste twee zijn eerste vis ving. Broers en zussen die als een team opereren, elkaar supporten is voor de ouders erg mooi om te zien (onderling gebakkelei is er tenslotte ook weleens).
Suriname is een genadig land voor beginnende vissers. Die als blijk van dank aan de vissen dan ook alle vangsel teruggooien, ook deze tweede visdag, dit tot stomme verbijstering van alle Surinamers in on gezelschap overigens. Eten in het water gooien, doodzonde!
Ton
NB Voor een recent boek achter de Surinaamse (binnenlandse)schermen, ‘Groeten aan de koningin’ van Karin Anema die journalistiek veel oppervlakkige waarnemingen over het binnenland doorprikt. Ontnuchterend maar vaak erg raak. Anderxzijds heeft het boek veel kwaad bleod gezet omdat de schrijver op basis van beperkte eigen waarnemingen verstrekkende en soms rinduit beledigende uitspraken doet over mensen en dorpen in Suriname.

zondag 30 september 2007

retour botapasi

Inmiddels zijn we veilig en wel terug van een verblijf aan de Rio Grande waar we met oma en tante verbleven in marrondorp Botopasi. Binnenkort de verhalen over korjalen, kaaimannen en : verse vissen vangen met een wurmpje aan een bamboestok !
Ook binnenkort : De eerste schooldag in Suriname in mijn nieuwe schooluniform (door : L-T-T; morgen), mijn eerste crechedag (starring : Jenske), op bezoek bij de commissaris in een lapje van de Jeruzalembazaar (L) en het leven van een consultant zonder stropdas (Ton).

dinsdag 25 september 2007

Familie bezoek (gastcolumns)

Wij (Oma en tante Margreet) zijn in Suriname, om te mogen meegenieten van de avonturen in Suriname.Met een vertraging bij vertrek van bijna een uur i.v.m een passagier die er nog niet was (voorproefje Suriname???) zijn wij vertrokken vanaf Schiphol. Het is ons enorm meegevallen, die 9 uur ze zijn “omgevlogen”
Met een leuke conversatie met Tineke, onze mede passagier, wier kinderen bij de Nederlandse Ambassade werken, zouden ze elkaar kennen?, onze zus en zwager en haar kinderen
Het wachten op de koffers in Paramaribo duurde enorm Lang. Achter een grote gazen afrastering, heel anders dan Schiphol troffen wij zes blonde kopjes, behoorlijk gebruind.
Na een rit van bijna een uur vanuit Zanderij (J.A. Pengel airport), (ik weet nu waarom de oudere Surinamers het zanderij noemen, in the middle of nowere hebben ze een vliegveld aangelegd), achter een stroom van 400 auto’s via Lelydorp dwars door de polder naar ons verblijf voor de komende 20 dagen.
Inmiddels was het donker, 25 graden en beetje regenachtig, prima om te wennen.
We genoten van onze eerste Suri maaltijd, frites met broodje kip of vis. Na het uitpakken van de cadeau's , de kinderen kunnen nu DVD’s bekijken met geluid.
Zondag De eerste kennismaking met Paramaribo en de Surinaamse cultuur was in de Hervormde Gemeente van de stad. Op naar de koffie met gebak, voor onze biologische klok was het al lang lunchtijd geweest, in de tearoom van hotel Torarica.
Langs de gekende bloemenstalletjes naar de palmentuin, de achtertuin van het presidentieel paleis naar Fort Zeelandia aan de Suriname rivier, die daar wel een kilometer breed is.
De middag hebben we doorgebracht in club Oase een zwembad met sportactiviteiten en een heerlijke Saoto soep ’s avond de eerste echte Surinaamse Roti
Maandag hebben we de winkels in Paramaribo verkend, en heeft Liedeke haar eerste gouden ringetje gekregen van Oma, als een aandenken aan Suriname, gekocht bij Max Chin a chen, in de Steenbakkerijstraat. Ton kende hem via het Malaria project.
Daarna naar Kirpalani in de Domineestraat, waar we kennis maakten met de bureaucratie van Suriname, de slippers van Oma waren afgeprijsd, maar via de scanner niet, voordat het uiteindelijk voor de goede prijs afgerekend kon worden, kwamen er vier mensen aan te pas en de nodige stempels. Er zit trouwens ook gewoon een Blokker in de Domineestraat, alsof je thuis bent.
Dinsdag naar de markt in de Saramaccastraat en de Jeruzalem Bazar, voor pangdi stof, voor 3.95 SRD per meter, dat is nog ongeveer 1. Daarna naar de kleermaker, die voor 30 SRD, nog geen 8 € een broek maakt.
Woensdag naar Botopasi
Botopasi ligt aan de Surinamerivier en telt 2000 inwoners (Saramaccaners). Het dorp heeft een klein schooltje en een kerk. Buiten het dorp is er oerwoud. Hun voorouders ontvluchtten ooit de wrede slavernij op de plantages. Het gebied is arm en biedt niet veel meer dan eten en drinken en een dak boven hun hoofd. Slechts enkelen in het dorp spreken Nederlands.
Wij vlogen er heen met een charter van Gum air de “Islander”, waar 8 of 9 personen in kunnen. Maximaal mochten we inclusief bagage 700 kg wegen, wegen dus.
Waarbij Margreet wel wat gewicht in de schaal bracht, gelukkig,dankzij de kinderen, hadden we 200 kg over. We vertrokken vanaf het vliegveld Zorg en Hoop, om na een vluchtje van 50 minuten te landen op Botopasi airport, wat u zich moet voorstellen als een hobbelig voetbalveldje met als “aankomst en vertrekhal”een houten hutje met een dak van bladeren en een paar schragen en getimmerde banken.Daar staan de locale mensen al klaar om je bagage te dragen. Na een wandelingetje van vijf minuten naar de waterkant van Botopasi.
Hotel Botopassie is een ecoproject dat ligt aan de overkant in een bocht van de Suriname rivier. Het beschikt over 7 kamers met ieder een 1-2 persoonsbed. Op de begane grond bevindt zich een gezellige lounge en bar. Boven is er een grote veranda met zitjes, hangmatten en waar ook de maaltijden worden geserveerd. Vanuit hier heb je een overweldigend uitzicht over de rivier en de sula (stroomversnelling) Het is gewoon ontroerend hoe mooi, stil en rustig het daar is, De plek om te onthaasten ( No spang)
Wij hebben klokken en horloges maar in Suriname en vooral in Botopasi hebben ze de tijd.
Dit hele ecoproject staat onder de Nederlandse leiding van Corrie Vonk, die samen met haar (boots)-man Haidy Eduards zorgt voor de werkgelegenheid in Botopasi.
Donderdag een boottochtje in een korjaal naar Kambaloea, al het vervoer gaat daar met de korjaal, een soort uitgeholde boomstam of een gebouwde boot van dat model, weliswaar met een buitenboord motor. Die bootsmannen kennen elke steen en zandberg.
Kambaloea is nog een traditioneel dorp, waarbij bij het betreden de vrouwen rechts en de mannen links moeten lopen.Hier hebben we kunnen zien hoe de dorpsbewoners wonen en leven
Vrijdag hebben we een wandeling gemaakt door het oerwoud van het Amazone gebied, voor ons Bakra’s (witte geesten) een hele tocht. Botopasi is ook te bereiken via bus en boot. Elke dag, behalve zondag, vertrekken er vanuit de Saramaccastraat DAF trucks en kleinere 8 persoons busjes voor een rit van 5 uur via de “hobbel de bobbel”wegen naar Atjoni, dit kost 60 SRD enkele reis. Dan nog een boottocht van ongeveer 2-3 uur afhankelijk van de waterstand. Hotel Botopassie is een stichting die zich inzet voor de mensen van Botopasi en de omgeving voor blijvend betere leefomstandigheden.
Zaterdagochtend nog een boottochtje naar Piking slee, waarna we om 14.00 terug zouden vliegen naar Paramaribo. Volgens de piloot van Gum air, zijn er in Suriname 2 dingen op tijd, de jaarwisseling en Gum air. Wij hebben bijna een uur moeten wachten.
Onze 2e zondag in Suriname zijn we begonnen in de Nederlands Hervormde Kerk, het voordeel van de Surinaamse kerk is dat ze vroeg beginnen, anders is het ook veel te warm
Deze kerk is een mooi houten achtkantig gebouw, met alle ramen en deuren open
Daarna opnieuw naar de tearoom van hotel Torarica, niet om onze biologische klok, zoals vorige week, maar gewoon om lekker te snoepen. ’s Middags hebben we gezwommen in een gewoon Surinaams zwembad, omdat Oase aan het verbouwen is.Wel even wat anders dan Oase, keiharde Suri muziek, en van alles te eten, waarvan je volgens ons beter maar geen gebruik van kan maken.Zondagavond hebben oma en ik op de kids gepast, en gingen Lydia en Ton eten bij mensen van de ambassade.
Maandag stond helemaal in het teken van het voor het eerst naar school gaan van de kinderen, spannend !!!Zij waren de enige bakra’s ( blanken)in de hele school. En ook Jenske van 2 ½ ging voor het eerst naar de peuterspeelzaal. Papa en mama gingen “werken”. Oma en ik maakten opnieuw Paramaribo onveilig, om doodmoe met de taxi terug te gaan. Eerst onderhandelen natuurlijk.
Dinsdag : de ochtend was een hele klusjes ochtend Op zoek naar ansichtkaarten, niet overal te koop en ook een brievenbus op ieder hoek van de straat kennen ze niet. Ook naar de centrale administratie van de peuterspeelzaal voor de betaling van de opvang van Jenske. Daarna opzoek naar keurslagerij Stolk. Een slager volgens Nederlandse normen. Waar vlees voor een maaltijd even duur is als een maaltijd halen, dan is de keuze snel gemaakt. Er wordt dus niet zo vaak meer zelf gekookt.
Woensdag: De kinderen zouden naar school gebracht met de auto, omdat lopen te gevaarlijk is. Echter de auto weigerde, dan maar snel een taxi gebeld, de overbuurvrouw die Juf van Tobias is, zou meerijden, zij was in haar hele loopbaan nog nooit met de taxi naar school gegaan. De reddende engel Robbie gebeld, de V-snaar wat strakker gezet en de andere dag vervangen. De auto rijdt weer, nog een paar maanden volhouden.Wij, Lydia, oma en ik zouden zouden naar de markt aan de Kwattaweg, met de taxi dus.Wij keken daar onze ogen uit, groenten en fruit, aangebracht door de boeren uit de omgeving.Kippen vis en krab, levend en geslacht.Met achter in een hele hal, waar van alles te eten werd aangeboden, o.a. Javaans, Hindoestaan en Surinaams, ik herkende een aantal Indonesische dingen, die hier wel anders heten.. ’s Middags gingen we zwemmen in een andere club, “Witte lotus”
Donderdag: Alle kids naar school, Jenske naar de peuterspeelzaal, pa en ma “werken”en oma en ik een ochtend naar Paramaribo op cadeautjes jacht voor thuis.Een taxi gevraagd bij hotel Krasnapolsky, de chauffeur zag ons bakra’s voor vol aan, voeg het dubbele van wat we normaal betaalden ( 30 SRD).Blijkt nu dat je beter een taxi kan laten bellen uit de regio, iedere winkel hoort dat voor je te doen. Op nieuw een kennismaking met andere gewoonten.
Vrijdag: Hebben Lydia en ik een Surinaamse notaris bezocht voor wat formaliteiten.
Een ervaring op zich, de automatisering moet hier nog doordringen, de prijzen waren ook Surinaams, voor 36 SRD ongeveer 9 euro was het notaris kantoor voor ons bezig.
Zaterdag: Ton had 2 bootjes gehuurd, waar we een hele dag mee hebben gevaren met nog vijf andere “gezinnen en gasten, bij de hem al bekende Chris, een Hindoestaan. Wij zijn vertrokken vanaf Meerzorg, aan de overkant van de immense Surinamebrug. De auto’s konden we stallen op het erf bij de bootsman Chris, op een andere plaats zou je ze daar niet met een gerust hart achterlaten.
Tijdens de week worden deze bootjes als veerpont gebruikt, tussen Paramaribo en Meerzorg.
Wij hebben gevaren op de Suriname rivier naar Braamspunt, het eind van Suriname waar de oceaan begint. De hele club heeft daar gezwommen in een redelijk sterke stroming.
Oma en ik zijn in de boot gebleven, want er weer in klimmen vanuit het water was een hele toer.
Zondag: Onze laatste zondag in Suriname zijn we gestart in de EBG kerk, dat is de kerk van de Evangelische broedergemeenschap. Wij gingen naar de Noorderstadskerk in de Henck Arronstraat, een gebouw met een karakteristieke torenspits uit 1906. De EBG kerk is een overwegend creoolse kerk. De grote stadskerk, de Mama Kirki staat in de Steenbakkerijstraat.
De voorganger was een creoolse mevrouw met een zwart mantelpak en een dito hoed, wel even wennen.
Maandag: hebben we de historisch plantagetocht gemaakt met de Sweet Merodia. Dat was een boottocht over de Crommewijne en Suriname rivier, waar tijdens het varen over de geschiedenis van de plantages werd verteld. Met een stop op de plantages om de resten van een vaak aangrijpend verleden van dichtbij te zien. Stichting Merodia, waarvan de boot is, is opgericht door de schrijfster Cythia McLeod, met als doel mogelijkheden te creëren om de Surinaamse jongeren op een prettige manier hun eigen land te leren kennen.
Dinsdag: onze laatste dag in Suriname vertrekken we om 19.00 uur locale tijd om Woensdag ochtend 9.00 uur Nederlandse tijd hopelijk weer veilig te landen in Nederland.

Lieve Zus en Zwager, hartelijk dank dat we een paar weken mochten meegenieten van jullie Surinaamse avonturen. Jullie waren een geweldige gastvrouw en gastheer.We wensen jullie nog een fijne tijd in dit: WAN MOI SWITI KONDE
TANKI – TANKI - TANKI










Margeet

maandag 24 september 2007

Zoet en sappig?

Is ons leven hier een lange vakantie? Ja, enerzijds qua klimaat wel maar nee, er is ook een andere kant. Net zoals thuis heeft het leven hier zijn kleine ongemakken. Fauna bijvoorbeeld. Schoonmaken en spuitbussen ten spijt, muskieten blijven prikken, hoewel de firma Deet en de klamboes ( de geïmpregneerde beter dan de gewone) redelijk helpen. En anders is er nog altijd Azaron. Mieren blijven op visite komen, ondanks de dieselspuit en de firma Bayer. Hele grote, de rode zitten gelukkig alleen bij het buitenhek dat we heeeeel snel openen en sluiten. Kikkers blijven kruipen uit de gootsteen, zelfs in het bovenhuis en alle chloor ten spijt blijft een Surinaamse kermit uit de wc-pot klimmen in het benedenhuis. (vroeger hadden we thuis een stikker op de wc; Pas op voor de billenbijter; daar moet je dan aan denken maar deze kikker ziet er liever uit)’s Avonds kruipen de bleke hagedissen achter de lampen vandaan (maar die vangen weer vliegjes) maar zwermen ook de vleermuizen om het huis. Ook goede insectenvangers trouwens.
Maar erger dan dit zijn de honden, iedere buurman heeft er wel twee of drie en zoals bekend, vooral die kleintjes maken een rotherrie, soms tot drie uur en na zes uur weer. Voetstappen op ons erf en geluiden? Een buurthond die komt snuffelen en wat rondhapt. Ook op straat veel loslopende zwerfhonden, scharrelend waar ze kunnen, soms zwak en onvoorzichtig, bijna dagelijks wordt er een dood aangetroffen rijdend op weg naar de stad.
Heel gelukkig zijn we ermee dat we in zeven weken zelf nog geen kwalen hebben opgelopen, zelfs geen buikgriep hoewel we alle water drinken en vrijwel overal eten. De honderden euro’s medicijnen blijven in de kast en 1200 euro injecties doet zijn werk (hopen we maar). Maar we blijven een beetje opletten want helaas is een ongelukje zo gebeurd.
Voor de kinderen zijn de dagen soms lang, zeker nu ze weinig vriendjes hebben in de buurt. Ze spelen heel veel samen maar hebben niet zo gek veel speelgoed, de per post ontvangen dvd-tjes uit Nederland werden heel welkom ontvangen en ook de lokale –heeeel bescheiden- bibliotheek is toch een uitkomst. Timon het meest mist de vrijheid van Nederland, gewoon voetballen op een pleintje en overal vriendjes. Als we over Nederland beginnen roept (of jammert) hij het hards best wel nu terug te willen. We hopen dat school vanaf volgende week hem en de anderen goed doet en meer in contact brengt met jongens en meisjes.
Voor Jenske hebben we straks een peuterspeelzaal. Vijf dagen van zeven tot vijf kost inclusief eten 150 SRD, zeg 40 euro per maand. Je zou een luchtbrug overwegen (grapje).
We wanen ons hier wel veilig, al hebben we geen honden om het huis maar sluiten alles wel goed af. Dievenijzers om het huis moeten onverlaten tegenhouden, maar als Lydia weer een dagje politie erop heeft zitten en de verkeerde verhalen hoort gaat de sloten weer even extra dicht. Toch blijft het allergevaarlijkste het verkeer, waarover we eerder schreven. Geen kinderen op straat daarom, we fietsen niet en rijden zeer oplettend en weinig ’s avonds. Iedere dag toont de krant de ongevallen in kleur en daar willen we liever niet bijzitten. Maar de slotregel ook van dit stukje moet zijn ; het gaat ons wel !

Kerkenpad

Inmiddels alweer vijf kerken van binnen kunnen bekijken maar we hebben ons (nog) niet aangesloten bij een ervan. De met de buurvrouw bezochte Lutherse kerk was allerhartelijkst. In het onderhuis van een gemeentelid een altaartje en stoelen voor bezoekers, drie misdienaressen in gewaden met kaarsjes erbij, een itsite pietsie te breedsprakige predikant –maar het was dan ook heel warm. Om de hoek de nieuwbouw van een kerk, wat een feest als dat witte paleisje in oktober opengaat en wat een financieel offer voor deze hele kleine kudde! Er was een klassieke liturgie met gezangen. Vroeg 20eeeuwse Johan de Heer- en Opwekkingsliederen en een stokoude organiste die begeleidde op een nog ouder orgeltje.
De EBG in het centrum is het meeste bekoorlijk. Fraai wit gebouw, kanseltje, klassieke EBG-liturgie maar wat meer opwekkingsliederen, de gemeenteleden hartelijk naar elkaar en gasten en bij een tweede bezoek ook nog een knetterharde begeleidingsband. Zangdienst o.l.v. een dame, preek door een wederom iets te breedsprakige dominee. Een eigen jeugdcentrum naast de kerk schept verwachtingen rond kinderactiviteiten maar augustus en september zij helaas nergens zondagscholen onder kerktijd.
Meest markant is de Tabelnacle of Faith, een volle evangeliegemeente in een oude, grote schuur met 1000? swingende bezoekers. Engelstalig gezang, intens en zweterig. Een klassiek deinend gospelchoir, perfecte band, programma, alles klopt hier, maar het is bijna meer Amerikaans dan Surinaams door de omvang en liturgie. Is dit het voorland voor de kerken? Een artikel in de NRC-buitenlandeditie over godsdienstsociologie en culturele antropologie doet het vermoeden. ‘Om de geloofsvervlakking te compenseren is een gelikter liturgie en presentatie nodig, betere muziek, grotere bezoekersgroepen en meer ‘beleving’. Zulke kerken gaan het redden, andere niet’. Brrr.
In Botapasi, het dorpje in het binneland, was ook een EBG, met een rustige, ingetogen dienst maar wel ruimte voor gasten –niet wij- zelf een extra lied in te zetten dat hard en luid werd meegezongen, helaas alles in Sranatongo en dus onverstaanbaar. Mannen zaten links, vrouwen rechts, behave wij bezoekers di dat niet wisten en natuurlijk verkeerd zaten. Wel veel vrouwen om ons heen dachten we nog. De middag na de kerkdienst kwam de predikant nog eens bij ons voorbij, een kleine man, dit keer met een heeeeel groot geweer, klaar om te gaan jagen en schieten (en eten) wat hij maar kon raken. Ja ook bosvarkens, ja papegaaien. ‘Alles’.
Meest historisch en vertrouwd was het bezoek de oude hervormde kerk in het centrum, met zichtbaar aanwezig de kleine elite van de stad. Een prachtgebouw, een puik orgel, niet te lange dienst, korte kernachtige preek waarover je nog eens kan natafelen kortom ; geweldig. Wel wat meer bakra’s en relatief veel Surinamer met ernstige brillen (die zijn hier schaars, de brillen dan). Verder een klassieke Hollandse liturgie en een hele prima vrouwelijke predikant. (Kijk, leggen we de kinderen uit, thuis is de predikant een witte man in een zwart pak, hier een zwarte vrouw in een wit gewaad).
Hoogtepunt was de slotzang, gekozen door de jarige. De zestiger werd toegezongen met een Johan de Heerlied, zijn moeder wiegde naast hem mee en zog hem mede toe, hij straalde. Ja deze jarige Dennis straalde zo royaal en van oor tot oor als alleen een zestigjarige kan stralen ten overstaan van een zingende kerk. Ik wil hier ook nog eens jarig worden.
Ton

donderdag 20 september 2007

Kapper Herman

Vandaag de kapper bezocht, eindelijk, autorijden werd gevaarlijk. Nu treft het dat er onderweg naar huis een kapsalon is, een barbier eigenlijk. Hermans barbershop staat op het bord buiten en meestal staat er wel een auto van een klant voor de deur.
Eigenlijk is de shop een zijaanbouw van een huis, zijn huis of dat van zijn ouders. Muurtje zetten, golfplaatjes schuin erover en je hebt een shop, een deur is zelfs overbodig. Kapper Herman is een binnensmonds sprekende Hindoestaan met vervaarlijke scheve tanden en wat overgewicht. Maar loeiaardig, dat wel.
Zijn werkblad is een lange plank met aan de voorkant wat schroeven erin, waar tondeuses en een föhn aan hangen, allen gevoed vanuit een centrale stekkerdoos –wat betekent dat als Herman je rechterslaap scheert het snoer tegen je neus zit Boven de plank twee grote spiegels, ervoor twee stoelen van blank hout waarop vroeger – ze zijn zichtbaar oud- leer heeft gezeten en nog deels zit.
En verder? Een onbeschrijflijke puinhoop van kwastjes, zeepjes, potjes en meer. Een soort omgekeerde damestas zeg maar. Maar wel gezellig binnen. De ventilator snort en de TV is aan en goed zichtbaar voor klanten (een interessante herhaling van een zitting van het parlementair debat van 14 augustus op vol geluid).
Tobias mag eerst maar omdat de stoel te diep is mag hij op een plank zitten en in notime heeft de tondeuse zijn werk gedaan met wat knipperij na. Mij overkomt hetzelfde. Van achter de tondeuse smompelt Herman van alles en nog wat maar hij is zo slecht te verstaan, dat ik nog steeds niet zeker weet of hij nu zei dat de bekende minister Rick van Ravenswaaij ook klant bij hem is, of dat hij spaart voor een nieuwe fiets met zijwielen.
Maar goed, we zijn in no time gekortwiekt (waarom duurt dat in Nederland zo lang eigenlijk) en het staat niet eens slecht –en profiel.
En de rekening? Vijf SRD voor Tobias en zeven SRD voor mij, samen twaalf SRD, ruim drie euro (waarom is de kapper thuis zo duur?). Binnenkort ga ik me bij Herman laten scheren, drie SRD, geloof ik, maar eigenlijk begreep ik niet goed of hij dan zeep en een mesje gebruikt of dat de zaak volgende week wegens vakantie gesloten is. Maar goed, we zien wel.

Sweetie Sranan

(Deze Column verschijnt in Rijkspersoneelsblad Binnen Bereik oktober 2007)

Gastcolumn vanuit Suriname

Werken bij de overheid is iets begerenswaardig, niet alleen in Nederland. Zo blokkeerden laatst leden van het junglecommando –u weet wel van die Binnenlandse Oorlog in Suriname twintig jaar geleden- de Surinaamse oostwestverbinding om af te dwingen dat in 1992 gemaakte vredesafspraken worden nagekomen. De krant bericht ; ‘De ex-JC’ers besloten pas over te gaan tot opheffing van de actie, nadat ze van de districtscommissaris van Marowijne vernomen hadden dat spoedig enkele van hen in overheidsdienst genomen zullen worden’.
Kijk, werken voor de overheid, daar moet je je soms even hard voor maken maar het resultaat telt, de baan van je leven of een baan voor het leven, ook hier in Suriname,
En toch zitten wij, twee rijksambtenaren nu zomaar een klein half jaar in Suriname. Dat kan dankzij het ouderschapsverlof dat ons van de jongste twee kinderen nog resteerde. Wat een feest, een half jaar de kinderen (11, 9, 4 en 2 jaar) iets van de wereld laten zien en zelf als vrijwilliger Surinaamse collega’s opzoeken en bijstaan. Natuurlijk wel met alle toestemming en medewerking van onze leidinggevenden van het NFI/Justitie en Rijkswaterstaat (dank!).
De Surinaamse overheid, zucht, wat kun je daarover vertellen in een paar woorden. Het zijn er veel hier, de ambtenaren. De helft van de beroepsbevolking werkt in publieke dienst. En in het jaar voor de verkiezingen komen er ook nog wel eens een paar extra bij. Heuse bureaucraten zitten ertussen, verhalen genoeg in omloop over kastjes en muren. Maar ons valt het echt mee. Erg veel betaald krijgen ambtenaren niet, rondkomen van een gewoon ambtelijk salaris is onmogelijk. Per gezin zijn doorgaans twee banen nodig en met een niet afbetaald huis of kinderen die doorleren blijft het dan sappelen en moet er nog een inkomstenbron bij; nachtportier, taxichauffeur of wat dan ook. Dat mag niet in diensttijd, formeel. Desgevraagd zei de minister dat ‘spoken’ (de prikklok om zeven uur gebruiken en wegwezen) verboden is. Nevenwerkzaamheden zijn echter wel toegestaan. En, zei de minister, ‘veldarbeiders die bijvoorbeeld de gestelde taak in vijf in plaats van acht uur kunnen afronden, mogen naar huis’. Kijk, dat is nog eens een moderne werkgever!
Al met al is het overheersende beeld positief. Ambtenaren zijn doorgaans gemotiveerde mensen met veelal zeer beperkte hulpmiddelen, die snakken naar professionalisering van hun vak, contacten en kennis om zo het land te dienen waar ze trots op zijn; sweetie Sranan - mooi Suriname.

Vliegen naar Awarradam

Mijn moeder en ik zijn naar het binnenland geweest, om precies te zijn naar Awarradam, een vakantie-eiland in de rivier Rio Grande bij de marrondorpen, dat zijn in de 19e eeuw ontvluchte slaven. We hebben junglewandelingen gemaakt, gezwommen in sula’s (stroomversnellingen), dorpen bezocht en een dansoptreden door vrouwen uit het dorp bijgewoond.
Toen we ‘s avonds van het optreden terug kwamen, gingen wij op zoek naar kaaimannen.Het was zo donker als wat dus je kon geen hand voor ogen zien. Helaas, geen kaaimannen gezien maar … de volgende dag wel, ik heb twee foto’s ervan.
Mama en ik waren ’s avonds in de korjaal nog lekker aan het kletsen tijdens de kaaimantocht, maar dat werd onderbroken door een luide “plons” ! Wat bleek; er was een piranha in de boot gesprongen (vlak voor mijn blote voeten). Mijn moeder en ik gilden natuurlijk de hele boot bij elkaar.Later werd geconstateerd dat het de kleine versie van een Marokkovis was.
Toch is en blijft hij voor mij een doodenge piranha die mijn tenen er wel af had kunnen bijten!
Ik wou op een andere dag op ons vakantie-eilandje de ananasplanten eens nader bekijken, maar zag midden in zo’n plant ook een beetje groot uitgevallen kruisspin. Toen Boikie de gids mij vertelde dat het een vogelspin was durfde ik daar niet meer op blote voeten te lopen. We bekeken de ananas planten toen nog eens goed en zagen dat er wel 3 grote vogelspinnen waren (zo groot als een muis) plus nog een paar kleinere.
We hebben te veel meegemaakt om het allemaal op te schrijven daarom houd ik het maar bij dit! Liedeke

Bewoonde Broccoli

Vanuit de lucht ziet het Surinaams regenwoud eruit als broccoli. Eenmaal geland (op een vliegveld - grasveld bij Kajana) zagen Liedeke en ik (Lydia) de prachtige natuur in het binnenland van Suriname. Metershoge bomen, een grote variëteit aan verschillende planten, mooie bloemen en soms vruchten. Met een korjaal varen door de jungle is een heel bijzondere ervaring.
Toen we aankwamen op Awarradam waande ik me in het paradijs. Deze eerste kennismaking met het binnenland van Suriname en de mensen die daar wonen heeft veel indruk gemaakt en me ook aan het denken gezet. Natuurlijk had ik al veel verhalen van Ton en anderen gehoord. Toch is het zo anders en indrukwekkender als je het zelf meemaakt.
De mensen daar, afstammelingen van de gevluchte slaven leven nog zoals ca. 100-200 jaar terug . Ze wonen in houten hutjes met veelal houten of rieten daken, leven van de opbrengst van kostgrondjes (ieder jaar gehakt door de man), van zelfgevangen vis en soms van geschoten wild. De (eerste) indruk die de vrouwen maken (want de mannen werken elders om geld te verdienen) is trots en redelijk gelukkig met het bestaan. Ze maken onderling veel plezier en werken hard. Deze sterke vrouwen hebben geen sportschool nodig om lenig en gezond te blijven!
Ik vraag mezelf wel af of ik zo zou kunnen leven. Zou ik iedere morgen kunnen opstaan en de vrolijke groet “ai waki no” willen horen of ben ik teveel verslaafd aan alle gemakken (wasmachines, supermarkten, etc.) en de intellectuele prikkels en uitdagingen?
Diverse leden van het gezelschap waarmee we in Awarradam waren zagen zeer veel overeenkomsten met Afrika. Zo zie je maar hier in Suriname waan je je de ene keer in het paradijs, dan weer in Indonesië en een andere keer in Afrika: Sweet, sweet Suriname!
Lydia